Dit artikel bevat 996 woorden en heeft een geschatte leestijd van 5 minuten.

Dit is een artikel in de reeks bijdragen van (oud-)studenten van Ayurdaay en auteurs die (in)direct met Ayurdaay verbonden zijn. Dit stuk is geschreven door Mirjam Wagenaar.

In de praktijk hoor je het vaak.

“Ik weet dat het niet ideaal is, maar ik heb er geen last van.”

Een cliënt die dagelijks koffie drinkt op een lege maag. Iemand die voornamelijk rauw eet. Iemand die voeding combineert die je normaal zou afraden. Of een ander eetpatroon dat niet klopt met de basisprincipes — zonder dat dit klachten geeft.

Het lijkt dan alsof het lichaam het goed aan kan.

Dit vers laat zien waarom dat soms zo is — en waarom dat geen reden is om het te blijven doen.

Wat je in dit artikel leert

  • Waarom ongeschikte voeding niet altijd klachten geeft
  • Welke factoren bepalen of iets belastend is of niet
  • Hoe je dit onderscheid maakt in de praktijk
  • Waarom afwezigheid van klachten geen betrouwbaar criterium is

“व्यायामस्निग्धदीप्ताग्निवयःस्थबलशालिनाम् ।

विरुद्धमपि भोजनं ज्ञात्यं अल्पं च न पीडयेत् ॥ ४७ ॥”

“vyāyāma-snigdha-dīptāgni-vayaḥstha-bala-śālinām |

viruddham api bhojanaṃ jñātyam alpaṃ ca na pīḍayet || 47 ||”

“Incompatible food (viruddha ahara) may not cause distress in those who exercise regularly, whose body is well-unctuous, whose digestive fire is strong, who are in the proper stage of life, and who possess strength, or when taken in small quantities.”

“Incompatibel voedsel (viruddha ahara) hoeft geen klachten te veroorzaken bij personen die regelmatig bewegen, een goed gesmeerd (snigdha) lichaam hebben, een sterke agni bezitten, in de juiste levensfase verkeren en voldoende kracht hebben, of wanneer het in kleine hoeveelheden wordt genomen.”

Ashtanga Hridaya, Sutra Sthana 7:47

Waarom klachten soms uitblijven

Dit vers maakt duidelijk dat het effect van voeding niet alleen wordt bepaald door de aard van de voeding zelf, maar ook door de staat van het lichaam.

Factoren zoals:

  • Beweging (Vyayama)
  • Mate van oleatie van het lichaam (Snigdha)
  • Agni
  • Leeftijd / levensfase
  • Bala (Kracht)

bepalen of iets leidt tot klachten of niet.

Wanneer deze factoren aanwezig zijn, kan het lichaam een grotere belasting opvangen.

Zelfs voeding die als viruddha wordt beschouwd, hoeft dan geen klachten te veroorzaken.

In de praktijk zie je dit terug.

Een cliënt die actief is en veel sport, kan bijvoorbeeld vette snacks en milkshakes beter verdragen.

Bij een sterke agni worden bepaalde combinaties nog goed verwerkt.

Ook leeftijd speelt mee. In verschillende levensfasen verschilt de capaciteit van het lichaam om belasting te verwerken.

Deze voorbeelden maken zichtbaar wat het vers beschrijft: niet de voeding verandert, maar de capaciteit van het lichaam om ermee om te gaan.

Waarom dit geen rechtvaardiging is

Dat iets geen klachten geeft, betekent niet dat het geschikt is om te blijven doen.

De eenvoudige reden dat iets wat ongeschikt is voor het lichaam nog geen problemen heeft veroorzaakt, is geen rechtvaardiging om het te blijven gebruiken.

De draagkracht van het lichaam is namelijk niet constant.

Wat vandaag nog verdragen wordt, kan op een ander moment wel klachten geven.

Wanneer beweging wegvalt, verandert de draagkracht — en kunnen klachten alsnog ontstaan.

Wanneer agni verzwakt, bijvoorbeeld door stress of onregelmaat, wordt dezelfde voeding zwaarder te verteren.

Wat op jongere leeftijd geen klachten gaf, kan op latere leeftijd wel belastend worden — denk bijvoorbeeld aan crackers en rauw voedsel.

Daarnaast is het belangrijk om te begrijpen dat verdragen niet hetzelfde is als ondersteunen.

Wanneer het lichaam iets moet verdragen, is het systeem actief bezig zich aan te passen.

Het moet als het ware werken om in balans te blijven.

Dat betekent dat deze invloeden geen bouwstenen zijn die het lichaam voeden of ondersteunen, maar factoren waar het zich toe moet verhouden.

Op de langere termijn kan dit ook andere delen van het systeem uitputten. Wat eerst lokaal of stil gecompenseerd werd, kan zich later uiten op een andere plek of in een andere vorm.

Wat dit vraagt van jou als therapeut

Dit vers vraagt om een precieze manier van kijken.

Niet alleen:

  • Geeft dit klachten?

Maar ook:

  • Onder welke omstandigheden geeft dit (nog) geen klachten?
  • Hoe stabiel zijn die omstandigheden?

Wanneer een cliënt aangeeft ergens geen last van te hebben, of vraagt waarom iets aangepast moet worden terwijl er geen klachten zijn, kun je dit principe uitleggen.

Dat het lichaam het kan verdragen, betekent niet dat het er geen effect van ondervindt.

Het betekent dat het systeem op dat moment voldoende capaciteit heeft om ermee om te gaan.

Door dit onderscheid helder te maken, ontstaat er vaak meer begrip voor geleidelijke verandering.

Hoe je dit toepast in de praktijk

In de praktijk betekent dit niet dat je alles wat ongeschikt is direct moet corrigeren.

Maar wel dat je helder hebt:

  • Dat afwezigheid van klachten geen bevestiging is van geschiktheid
  • Dat tolerantie afhankelijk is van de staat van het lichaam

Afhankelijk van de situatie kun je:

  • Observeren en monitoren
  • Kleine aanpassingen voorstellen
  • Of voorbereiden op verandering wanneer de draagkracht afneemt

Dit vraagt timing en inschatting — niet alleen kennis van wat geschikt is, maar ook van wanneer een aanpassing noodzakelijk is.

Veelgestelde vragen

Waarom geeft iets soms ineens wél klachten?

Omdat het lichaam op een gegeven moment minder goed in staat is om te blijven compenseren. De voortdurende aanpassing en het opvangen van belasting kunnen het systeem uitputten, waardoor dezelfde invloed uiteindelijk wel klachten geeft.

Hoe snel moet je ingrijpen?

Dat hangt af van de draagkracht van het systeem en de mate van belasting. Niet elke situatie vraagt om directe verandering.

Is dit alleen van toepassing op voeding?

De commentator geeft aan dat, hoewel dit vers voeding beschrijft, het onderliggende principe breder toepasbaar is. Je ziet dit bijvoorbeeld bij leefstijlpatronen zoals laat naar bed gaan of langdurige stress: het lichaam kan dit een tijd opvangen, maar wanneer de draagkracht afneemt of de belasting aanhoudt, worden signalen alsnog zichtbaar.

Door nauwkeurig te kijken naar de staat van het lichaam en de omstandigheden waarin een gewoonte plaatsvindt, kun je beter inschatten wat op dat moment werkelijk speelt — en wanneer het moment daar is om bij te sturen.